Bevallingsfases
Drie fases
De bevalling verloopt in drie fasen: eerst gaat de baarmoedermond open (de
ontsluiting), dan wordt het kind geboren (de uitdrijving), vervolgens worden de
placenta en de vliezen uitgestoten (de nageboorte).
De ontsluiting
De weeën zorgen ervoor dat de baarmoedermond zich opent. Dit duurt gemiddeld
vier tot wel vierentwintig uur. Als de baarmoedermond helemaal open is, bij een
opening van tien centimeter, is er ‘volledige ontsluiting’ en kan de baby
geboren worden.
De uitdrijving
Als de baarmoeder helemaal open is, voel je een toenemende druk en krijg je
drang om te persen. Tijdens de weeën pers je mee om het kind geboren te laten
worden. Probeer tussen de weeën zoveel mogelijk te ontspannen. De periode
tussen het moment dat je mag persen tot aan de geboorte duurt meestal niet
langer dan een uur. Als het nodig is, wordt op het laatst de vaginarand een
stukje ingeknipt, zodat de baby makkelijker geboren wordt.
De nageboorte
Als de baby is geboren, laat de placenta los. Door samentrekkingen van de
baarmoeder (naweeën) wordt de placenta ‘geboren’. Soms wordt er aan je gevraagd
hierbij nog even mee te persen. Soms krijg je een injectie in je been om het
bloedverlies te beperken. Geen bevalling is hetzelfde en iedereen ervaart het
weer anders. Het allerbelangrijkste is het hebben van vertrouwen. Vertrouw op
jezelf, op je lichaam, je baby, je krachten, je partner, de verloskundige en
natuurlijk op de goede afloop. Denk aan alle vrouwen die je al voor zijn
gegaan. Zij hebben het ook gedaan, en jij kunt het ook, echt waar!
Meer lezen over bevallen
> Waar ga jij bevallen: thuis of in het ziekenhuis?
> Pijnbestrijding bij bevalling thuis
> Pijnbestrijding bij bevalling in ziekenhuis
> Recht op pijnbestrijding
> Minder thuisbevallingen
|