|
|
Alles over flesvoeding
Tijdens de eerste levensmaanden is een kind aangewezen op
melkvoeding. Borstvoeding is zonder enige twijfel de beste voeding voor
zuigelingen. Wanneer je geen borstvoeding kan of wil geven,
biedt kunstvoeding uitkomst. Maar welke voeding geef je je kindje dan?
En vanaf welk moment mag de kleine ook vast voedsel?
Borstvoeding is de meest complete voeding die je een baby kunt geven. De melk is
altijd bij de hand en meteen op de juiste temperatuur. Bovendien zit er
alles in wat je baby nodig heeft: antistoffen, mineralen, eiwitten,
koolhydraten, vetten, vitaminen en andere bestanddelen.
Zuigelingenmelk Tot
op heden is moedermelk niet perfect na te maken. Om een zo goed
mogelijk alternatief voor moedermelk te kunnen bieden, baseert men zich
op wetenschappelijke inzichten over de voedingsbehoefte van het jonge
kind.
De samenstelling van zuigelingenmelk lijkt erg op borstvoeding.
Hoewel er soms meer voedingswaarden inzitten. Dit is speciaal gedaan,
omdat de baby de melk minder goed verteert dan borstvoeding. Zo krijgt
de zuigeling toch voldoende voedingsstoffen binnen.
Als je
kindje flesvoeding krijgt, kun je het beste beginnen met een gewone,
volledige zuigelingenvoeding. Bij het consultatiebureau krijg je alle
informatie over hoeveel voeding je baby nodig heeft. Soms kan een schema
duidelijk zijn, maar als leidraad kun je het beste de behoefte van je
kindje volgen.
De ene baby wil per keer meer dan de andere.
Sommige baby's willen weer liever wat vaker kleine beetjes. De meeste
pasgeboren baby's vragen zelf om de twee à drie uur om een voeding. Heb
je een slaapkopje of een uiterst tevreden kindje, houd dan in de gaten
dat je toch zes tot acht voedingen per 24 uur geeft.

Soorten zuigelingenmelkEr bestaan drie soorten zuigelingenmelk, die elk beantwoorden aan drie precieze perioden:
-
Eerste-leeftijdsmelk
(zuigelingenmelk): van de geboorte tot vier of hoogstens zes maanden,
een periode waarin de baby uitsluitend zuigelingenmelk mag krijgen, als
hij geen borstvoeding krijgt.
-
Tweede-leeftijdsmelk
(opvolgmelk): overgangsperiode die samenvalt met het ogenblik dat de
baby andere voeding mag krijgen dan melk; van vier à zes maanden tot
negen à twaalf maanden.
-
Derde-leeftijdsmelk
(groeimelk): van één tot drie jaar, een periode waarin het kind een
afwisselende voeding krijgt en nagenoeg hetzelfde mag eten als
volwassenen.
KoemelkallergieVoor de meeste kunstmatige zuigelingenmelk wordt koemelk gebruikt. Koemelkallergie is de meest voorkomende voedselallergie bij zuigelingen. Als je baby
last heeft van darmkrampjes of diarree, wil dat niet automatisch zeggen
dat het allergisch is voor koemelk. Elke baby heeft wel eens last van
pukkeltjes of moet een keer spugen.
Denk je dat er iets met je
baby aan de hand is, raadpleeg dan altijd je huisarts of het
consultatiebureau. Betreft het wel een koemelkallergie, dan is er een
behandeling gebaseerd op het weglaten van koemelkeiwitten uit de
voeding.
De bestanddelen die allergische reacties kunnen
opwekken, worden allergenen genoemd. Een voeding die heel weinig
allergenen bevat, wordt hypoallergeen genoemd. Voor baby's met een
koemelkallergie is er dan ook een speciale hypoallergene melk. Vroeger
werd bij koemelkallergie een voeding op basis van sojamelk
voorgeschreven. Daar is men van teruggekomen, omdat veel kinderen met
koemelkallergie ook een allergie voor soja kunnen ontwikkelen.
Flesvoeding op basis van soja wordt dan ook sterk afgeraden.
BijvoedingVanaf
vier maanden kun je een start maken met het geven van bijvoeding.
Meestal bestaat dat uit kleine hapjes groenten of fruit. Kies voor één
soort en geef dit drie dagen acher elkaar. Zo kun je zien of een kindje
misschien allergisch is. De bijvoeding kan het beste plaatsvinden met
een plastic lepel ter grootte van een theelepeltje.
|
|